JD/Mm, 16-sep-2010

Column: Belasting op vermogen is onredelijk hoog

Over uw vermogen moet u jaarlijks belasting betalen. De belastingdienst gaat gemakshalve uit van vier procent rendement en heft daar 30% belasting over. In tijden van lage spaarrentes is dit veronderstelde rendement onredelijk hoog. Tijd voor iets beters!

Box drie
Ons huidig belastingstelsel is verdeeld in zogenaamde boxen. Uw spaargeld, belegd vermogen en bijvoorbeeld ook een tweede huis vallen in box drie. In deze box wordt belasting geheven over een verondersteld rendement van vier procent. Deze heffing is in de plaats gekomen van de vermogensbelasting en wordt vermogensrendementsheffing genoemd.

In box drie heeft iedere belastingplichtige een heffingsvrij vermogen. Het meerdere boven deze vrijstelling vormt de rendementsgrondslag. Op het moment dat uw gemiddelde rendementsgrondslag boven de vrijstelling uit komt, moet u vermogensrendementsheffing betalen.

Vrijstelling en heffing
Iedere belastingplichtige heeft een vrijstelling van Ä20.661 (2010). Samen met een fiscale partner hebt u dus een vrijstelling van Ä41.322. Dit bedrag kan onder voorwaarden hoger zijn voor 65-plussers. Als u minderjarige kinderen hebt, dan mag het heffingsvrije vermogen nog verhoogd worden met Ä2.762 per kind. Ook contant geld dient u jaarlijks bij de Belastingdienst op te geven. Hiervoor geldt wel een vrijstelling van Ä500 per persoon extra.

De fiscus hanteert twee meetmomenten, namelijk 1 januari en 31 december van het belastingjaar. De totalen van die twee data worden bij elkaar opgeteld en vervolgens door twee gedeeld. De uitkomst wordt verminderd met de heffingsvrijstelling, en over het resterende vermogen moet belasting betaald worden.

Hoeveel rendement u in werkelijkheid hebt gemaakt, doet niet ter zake. U moet 30 procent belasting betalen over een verondersteld rendement van vier procent. In tijden met lage spaarrentes gaat de heffing uit van een te hoog rendement. Zelfs in het geval dat u een deel van het vermogen hebt verloren op de beurs, moet u nog steeds belasting betalen over het gemiddelde vermogen. De heffing bedraagt dus: 30% x 4% = 1,2 procent.

Vier procent rendement is onhaalbaar
In 2008 waren de rentevergoedingen op spaarrekeningen nog hoog. De maximaal haalbare spaarrente op rekeningen zonder voorwaarden was in die tijd zo'n 5,25 procent. Vanaf begin 2009 hebben banken de spaarrente geleidelijk verlaagd en in september 2010 is de maximale spaarrente ongeveer 2,4 procent. De door de Belastingdienst gehanteerde 4 procent is onhaalbaar geworden. Dit soort rendementen kunnen eventueel nog behaald worden op de beurs, maar het risico van een negatief rendement is in dat geval ook aanwezig.

Als de rente hoger is dan 4% hebben spaarders voordeel bij het veronderstelde rendement. Echter, in tijden van lage spaarrentes voelt het alsof de nijvere spaarder dubbel de klos is. Hij ontvangt minder rente en daarbovenop gaat de fiscus uit van een te hoog percentage.

Negatief rendement, toch belasting betalen
Voor mensen met een belegd vermogen die veel geld verloren hebben op de beurs zijn de druiven nog zuurder. Zij moeten ondanks hun verlies toch belasting betalen alsof ze 4 procent rendement gemaakt hebben over hun gemiddelde vermogen. Iemand die op 1 januari beleggingen (boven de vrijstelling) bezit ter waarde van Ä50.000, waarvan op 31 december nog Ä40.000 over is, moet over het betreffende jaar toch belasting betalen van 1,2 procent van het gemiddelde vermogen van Ä45.000.

Verondersteld rendement verlagen?
Ongeveer 80 procent van de huishoudens in Nederland hoeft geen vermogensrendementsheffing te betalen. Zij genieten volledig van de vrijstelling in box drie. Een verlaging van het tarief zal dus voornamelijk voordelig zijn voor een klein deel van de huishoudens, en zeker niet voor huishoudens die met moeite rond kunnen komen. Voormalig staatssecretaris De Jager van FinanciŽn heeft in 2009 aangegeven dat een verlaging van een halve procentpunt de staat ongeveer Ä60 miljoen kost.

Men kan verwachten dat een verlaging bij lage spaarrente gevolgd zal worden door een verhoging zodra de rente weer hoger wordt. Dergelijke wisselingen geven vooral onrust. Misschien kan de fiscus beter afstappen van de gemakshalve gekozen 4% rendement en uitgaan van de feiten.

Aangezien alle vermogens moeten worden opgegeven en de aangifte zover geautomatiseerd is dat deze voor velen vooringevuld wordt verstrekt, kan de belastingdienst met dezelfde gegevens ook uitgaan van het werkelijk behaalde rendement. In slechtere tijden betaalt men dan minder belasting, terwijl men in betere tijden meer ontvangt en dus ook meer belasting kan betalen. De aangifte wordt hier niet complexer door, maar wel minder onredelijk!

Zie ook:

  • Belasting en spaargeld
    Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker! Helaas kan ook uw spaargeld zich niet onttrekken aan het leed dat belastingen heet. Meer weten? Lees dan verder...
  • Columns
    In de Spaarbaak rubriek Columns geven onafhankelijke auteurs ongezouten meningen, scherpe analyses en handige tips over sparen en alles wat daar mee te maken heeft.

© 2005-2017 Spaarbaak. Niets uit deze uitgave mag worden gepubliceerd of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Alhoewel deze uitgave met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kunnen aan deze uitgave geen rechten worden ontleend.

Populaire zoekteksten: belasting op vermogen, belasting vermogen, vermogen belasting, hoog rendement sparen, belasting 4 % over vermogen.





Copyright © 2005-2017 Spaarbaak. Alle rechten voorbehouden, lees de voorwaarden.
Realisatie door MMinternet

Datum: 20-aug-2017

Opinie:

Nieuws:

Artikelen:

Dossiers:

Link-tips: